Nachtelijke omzwervingen

Deze blogpost is deel 2 van 11 in de reeks De Reünie
 

Zachtjes neuriënd loop ik het schoolplein af. De drukte van de reünie laat ik achter me.

Het wachten totdat Enzo klaar was met zijn telefoongesprek had me te lang geduurd. Zijn lichaamshouding liet ook niets te raden over. Hij had zich al van me weggedraaid, volledig opgaand in datgene wat hem verteld werd en regelmatig druk gebarend. Schijnbaar was hij druk met belangrijkere zaken.

De vraag was of hij tijd zou willen vrijmaken om met mij herinneringen op te halen. Over het feit dat hij de broer van Gio was. En dat we beiden broederloos waren geworden door dat fatale ongeluk van Gio en Lucia.
Een tijdje bleef ik in gedachten staan. Keek uit over de dansende en pratende menigte. Zoals ik vroeger op het schoolplein het geheel overzag en nergens bij hoorde.
Het was wel weer genoeg voor vandaag. Zonder te groeten liep ik weg van Enzo.

Bij de garderobe pakte ik mijn jas en sloeg bij het naar buiten gaan nog snel een overgebleven welkomstdrankje achterover.
De buitenlucht voelde verfrissend aan. Mijn auto liet ik staan. Even de benen strekken.

Doelloos slenter ik door de straten. De buurt rondom ons voormalig schoolgebouw komt me nog steeds vreemd vertrouwd voor. Veel is er in de afgelopen jaren niet veranderd, behalve dat het flink verwaarloosd is.
Vaak heb ik hier rondgezworven. Tijdens pauzes. Maar ook na schooltijd wanneer ik nog niet terug wilde naar huis.
Onbewust loop ik vaste routes die haast uitgesleten moeten zijn door veelvuldige herhaling. Ik strijk met mijn handen langs schuttingen en hekjes waar ik dat vroeger ook gedaan moet hebben. Af en toe blijf ik stilstaan bij een speelplein, winkeltje of plantsoen. Hoor bijna de geluiden van weleer in de nu zo goed als stille nacht. Ondanks dat ik me meestal triestig voelde toen ik in mijn eentje de tijd weg wandelde maakt het me nu gelukkig.
Het is fijn om hier te lopen. Nog steeds ervaar ik dezelfde bescherming als zo lang geleden. Mijn eigen doolhof waar niemand mij kan vinden.

In de verte zie ik een bekend silhouet opdoemen. Het tolhuisje.
Scherp steekt het af tegen de heldere maanverlichte hemel.
Zo doelloos was blijkbaar deze nachtelijke omzwerving niet. Ongemerkt had het mij gebracht naar een plek waar ik in mijn jeugd veel tijd had doorgebracht. Te verlegen om daadwerkelijk een vriendinnetje te vragen zocht ik hier compensatie voor de hormonen die door mijn lijf joegen.
Verborgen in de struiken zat ik regelmatig te gluren naar stelletjes die er hun eerste schreden op het sexuele pad zetten. Stijgende opwinding die gelijke tred hield met datgene wat ik tussen het gebladerte door kon ontwaren. Tot het uiterste gespannen niet betrapt te worden.
Meestal was het snel gebeurd. Een onbevredigende ontlading in absolute stilte beleden. Het gevoel van verlatenheid na een nieuwe kleine dood deed me vaak ter plekke zweren het nooit meer te doen. Maar wat is nooit op die leeftijd?
Als vanzelf werd ik na een tijd weer naar deze plek getrokken.

Zoals dus ook vanavond.
Nieuwsgierig verlaat ik het pad en ga op zoek naar de schuilplekjes van lang geleden. Tussen de bomen en struiken is het een stuk donkerder. De ondergrond is platgetreden en bezaaid met allerlei troep.
Onwillekeurig probeer ik zo min mogelijk geluid te maken. Wie weet wordt deze plek nog steeds gebruikt voor stiekeme afspraakjes. De avond is er voor gemaakt.
Als mijn linkervoet wegslipt over een gebruikt condoom word ik bevestigd in de gelijk gebleven populariteit van deze stek.
Ik zorg er voor nog meer op mijn hoede te zijn.

In de donkerte die ontstaat wanneer er een wolk voor de maan drijft blijf ik staan en neem de omgeving in me op. Een stuk verderop staat een hoge boom waarvan ik herinner dat er vlakbij een ideaal uitkijkpunt was. Bijna op de tast loop ik er naar toe.
Het is er nog steeds! Ik laat me op mijn knieën zakken en wacht tot de maan tevoorschijn komt.

Mijn verbijstering is groot als ik de contouren ontwaar van een ontbloot vrouwenlichaam. Het opkomende maanlicht geeft steeds meer prijs van een prachtig lijf.
Gefascineerd kijk ik toe. Waan me weer even die eenzame jongen, diep verborgen voor de wereld, hunkerend naar liefde.

Hoeveel leeftijdgenootjes heb ik hier wel niet in afwisselende combi’s voorbij zien komen? Ik zou menigeen nu nog verbaasd doen staan met alles wat zich hier hoegenaamd onbespied heeft afgespeeld. Details over moedervlekken, typische kreuntjes, lichaamsbouw en dergelijke zouden het waarheidsgehalte van mijn onthullingen kunnen onderbouwen.
En dan heb ik het nog niet over verschillende leerkrachten die hier wat buitenschoolse bijles kwamen geven.
Soms aan andere leerkrachten. Soms aan ouders. Soms aan leerlingen.
Gio was niet de enige docent die een verboden relatie met een leerlinge had.

En nu Linda.
Want inmiddels heb ik haar herkend. Veilig in de handen van Angus zo te zien.
Een beetje ongemakkelijk verschuif ik mezelf. Ik hoef dit niet te zien. Die tijd is geweest. Weggaan durf ik niet, bang dat ze me zullen horen.
Mijn gedachten gaan terug naar Karin, eerder deze avond. Haar kaartje knelt in mijn broekzak nu ik in deze vreemde houding zit.

Plots luid geschreeuw. Met moeite weet ik mezelf te beheersen om niet uit de struiken te springen. Door de takken heen zie ik dat het geluid niet door Linda en Angus wordt veroorzaakt. Ook zij zijn geschrokken.
Linda trekt haastig haar jurkje weer aan.
Het lijkt of ze op zoek gaan naar de bron van het tumult.
Stilletjes volg ik hen.

Hoewel in eerste instantie verbaasd kijk ik er toch niet al teveel van op als Linda en Angus op Paul stuiten. Uiteindelijk heeft hij vroeger ooit in deze buurt gewoond. Ze blijven even staan praten en rennen dan ineens verder. Paul achterlatend.
In de verte buigen ze zich over een lichaam. Voorzichtig nader ik hen. Helemaal gefocused op de persoon die op de grond ligt, hebben ze geen notie van mij. In het gehavende lichaam herken ik Lucia. Ze ziet er niet goed uit.

Terwijl zij zich bekommeren over Lucia, zie ik Paul zichzelf stilletjes uit de voeten maken.
Binnen de kortste keren is een hulpdienst ter plekke welk zich over de bewusteloze Lucia ontfermt. Linda en Angus staan gearmd iemand van het team te woord. Erg veel zullen ze niet kunnen verhelderen aangezien ze net zoveel hebben gezien als ikzelf. Niets dus. Daarom blijf ik op de achtergrond. Niemand heeft mij in de gaten. Niemand heeft mij nodig.

Ik wacht totdat de deuren van de ambulance gesloten worden als teken voor de chauffeur om voorzichtig op te trekken, maar dan met flinke vaart de straat uit te scheuren. Ze passeren mij rakelings. Sirene en waarschuwingslampen worden geactiveerd voordat de bocht ingedraaid wordt.
De ochtendzon doet een eerste flauwe poging de lege straat te verlichten nadat de wagen uit zicht is verdwenen.
Van Linda en Angus is geen spoor meer te bekennen.
Tijd om terug te gaan.

Bij het schoolgebouw aangekomen zie ik nog wat nachtbrakers op de reünie. Ik start mijn auto en rijd weg. Naar huis.
Onderweg passeer ik het ziekenhuis. Zou het goed gaan met Lucia? Misschien kan ik haar binnenkort een bezoekje brengen. Tenslotte was zij samen met Gio betrokken bij het ongeluk waarbij mijn oudere broer uiteindelijk het leven gelaten heeft.

De woorden van Gio komen opnieuw terug. De betekenis dringt nu pas tot mij door…

“Ik zat niet achter het stuur.”

~ ~ ~

Geschreven voor De Reünie

Voor de volledigheid:
Ik is niet Peter.
Hans is Ik.
Fictief is Hans.

~ ~ ~

navigeer door deze serie<< De bittere smaak van troostShe’s the one >>