Dik

by Peter Pellenaars

Lang geleden zat ik met een hier niet nader te noemen familielid een avond stevig door te drinken. Het was bij hem thuis en er was drank in overvloed. Op de radio stemmige soulmuziek. Geen vuiltje aan de lucht, zou je zeggen. Toch ging het mis. Ergens diep in de nacht werd bij mij een gevoelige snaar geraakt. Een open zenuw. Waarvan ikzelf niet doorhad dat die zo open lag. Voor hem moet het zijn geweest alsof hij nietsvermoedend op een bermbom stuitte. Plots hadden we woorden. Ik maakte hem voor vanalles uit. Midden in de ruzie stapte ik op en liet hem verbouwereerd achter.

De volgende dag heb ik schoorvoetend een halfslachtige poging gedaan om mijn uitbarsting te verklaren. Excuses heb ik achterwege gelaten omdat ik het idee had dat de verklaring voldoende moest zijn om mijn gedrag goed te praten.

Jaren gingen voorbij. Jaren waarin we elkaar door allerlei omstandigheden steeds minder gingen zien. Maar iedere keer wanneer we elkaar zagen, dan was er een onbestendig gevoel bij mij. Ik kon hem niet goed onder ogen komen. Het liefst vermeed ik hem. Terwijl hij altijd even joviaal richting mij was. Schaamde ik mij misschien nog steeds voor die nacht? Dat ik een prettig samenzijn zo abrupt kapot had gemaakt?

Deze week lees ik ‘Makers‘ van Cory Doctorow. Met nog zo’n 100 pagina’s te gaan moet het me lukken dit boek uit te krijgen vóór de jaarwisseling. En daarna moet ik nog meer dan 200 pagina’s in ‘Mao’s massamoord’ lezen, en dan zit mijn doelstelling voor 2012 er op. Gaat lukken.

In ‘Makers’ zijn Perry, Lester en Suzanne de voornaamste personages. Perry en Lester zijn twee hippie-achtige uitvinders (nerds), die gerecruiteerd worden door een nieuw gevormd bedrijfsconglomeraat (Kodacell, een samenvoeging van Kodak en Duracell). Het idee is dat Kodacell over heel de VS verspreid allemaal kleine teams aan nieuwe producten laat werken en vervolgens de oude infrastructuur inzet om de producten snel bij de consument te brengen. Vooral Perry en Lester blijken al snel erg succesvol. De ambitieuze CEO van Kodacell vraagt de journaliste Suzanne om het team op te zoeken en verslag te doen van deze ontwikkelingen omdat hij van mening is dat hier iets bijzonders staat te gebeuren.

Voor zover de uiterst summiere inleiding van het boek. Waar ik het hier over wil hebben is dat Lester erg, heel erg dik is. En dat hij een beetje, een heel erg beetje veel verliefd raakt op Suzanne. Dus nodigt hij ergens op een willekeurige avond, wanneer Perry er niet is, plompverloren Suzanne uit voor een afspraakje. Suzanne’s gedachtes gaan als volgt:

She hadn’t been on a date in something like a year, and he was a really nice guy and so forth. But professional ethics made that impossible, and besides.
And besides. He was huge. He’d told her he weighed nearly four hundred pound. So fat, he was, essentially, sexless. Round and unshaped, doughy.
[p.40, 'Makers' - Cory Doctorow]

De afspraak gaat niet door. De succesvolle avonturen van het drietal wel. Allemaal komen ze redelijk vermogend aan bij de tweede helft van het boek. Lester heeft de kans aangegrepen om een groot gedeelte van zijn fortuin uit te geven aan een nieuwe revolutionaire manier van gewichtsverlies die in Rusland erg in opkomst is. Als herboren en tweehonder pond lichter weet hij Suzanne uiteindelijk toch voor zich in te nemen. Ze lijkt helemaal weg te zijn van ‘the new Lester’. Toch lukt het Lester niet om een gezonde sexuele relatie met haar op te bouwen. Op een van de nachten dat het weer eens op ruzie uitloopt en een gefrustreerde Suzanne het huis heeft verlaten om wat af te koelen, vraagt Perry wat er aan de hand is:

“Hello, Lester,” he said. “Something on your mind?”
He barked a humorless laugh. “With her, I’m still fat.”
[p.207, 'Makers' - Cory Doctorow]

Nu ben ik verre van dik. Maar ik moest wel meteen aan die nacht met mijn hier niet nader te noemen familielid denken. En waarom ik elke keer weer wanneer ik hem zie, dat vervelende onbestendige gevoel krijg. Misschien is het antwoord wel heel simpel:
“Bij hem, ben ik nog steeds die onredelijke sfeerbedervende jongeman.” 

Ik zal hem eerdaags toch eens recht op de man af vragen of hij zich nog iets van dat voorval kan herinneren.