Waarom rijst zo vaak plakkerig wordt
Bijna iedereen heeft er last van: een pan vol kleverige rijst terwijl je juist luchtige korrels wilde. Dat plakkerige resultaat heeft meestal drie oorzaken. Ten eerste zit er van nature veel zetmeel aan de buitenkant van de rijstkorrels. Als je die niet wegspoelt, lossen de zetmeelresten in het kookwater op en vormen ze als het ware een lijmlaag tussen de korrels. Ten tweede wordt rijst snel te gaar als je te veel water gebruikt of te lang kookt. De korrels barsten dan open en laten extra zetmeel los. Ten derde speelt het type rijst een grote rol. Rondkorrelrijst zoals risottorijst is juist gemaakt om wat kleverig te worden, terwijl langkorrelrijst en basmati veel droger en losser horen te zijn.
Het belang van goed wassen
Een simpele maar vaak vergeten stap is het goed wassen van de rijst. Doe de ongekookte rijst in een kom, vul met koud water, roer met je hand en giet het troebele water weg. Herhaal dit tot het water bijna helder is. Op deze manier verwijder je een groot deel van het overtollige zetmeel dat later voor plakken zou zorgen. Deze truc maakt vooral bij basmati en long grain een duidelijk verschil. Neem hier twee minuten de tijd voor en je merkt het meteen aan het eindresultaat.
De juiste verhouding tussen water en rijst
Zelfs perfect gewassen rijst kan nog plakken als de verhouding tussen water en rijst niet klopt. Veel mensen koken rijst zoals pasta, in een grote pan water die later wordt afgegoten. Daardoor kookt de rijst vaak te lang door en wordt de buitenkant zacht en plakkerig. Beter is de absorptiemethode: een afgemeten hoeveelheid water die tijdens het koken volledig wordt opgenomen door de rijst. Zo houd je meer controle over de structuur van de korrels.
Praktische verhoudingen voor losse rijst
Voor de meeste soorten langkorrelrijst werkt een verhouding van ongeveer één deel rijst op anderhalf deel water goed. Bij basmati kun je vaak net iets minder water gebruiken. Breng het water met een snuf zout aan de kook, voeg de gewassen rijst toe, roer één keer goed door en zet het vuur laag zodra het weer kookt. Doe het deksel op de pan en laat zachtjes garen zonder te roeren. Zodra het water is opgenomen, zet je het vuur uit en laat je de rijst nog een paar minuten staan met de deksel erop.
Zo voorkom je dat rijst blijft plakken
Naast wassen en de juiste verhoudingen zijn er nog een paar eenvoudige gewoontes die veel verschil maken. Roer niet voortdurend in de pan tijdens het koken, want zo breek je korrels kapot en komt extra zetmeel vrij. Gebruik een pan met dikke bodem en een goed passend deksel, zodat de warmte gelijkmatig wordt verdeeld. Laat de rijst na het koken altijd even rusten en schep hem daarna luchtig om met een vork in plaats van een lepel. Door deze stappen consequent toe te passen, krijg je keer op keer losse, smaakvolle rijst in plaats van een plakkerige brei.
De juiste rijst kiezen voor het beste resultaat
Tot slot helpt het om rijst te kiezen die past bij het gerecht dat je maakt. Voor curry's, roerbakgerechten en rijstsalades zijn droge, lange korrels zoals basmati of pandan de beste keuze. Voor sushi, risotto of paella is juist een wat kleveriger type rijst gewenst. Verwacht je losse korrels van een soort die van zichzelf plakt, dan raak je al snel teleurgesteld. Door bewust te kiezen en de basistechnieken van wassen, afmeten, zacht garen en laten rusten toe te passen, is plakkende rijst geen frustratie meer maar een bewuste keuze.