Hoeveel brokken moet een kat van 4 kilo per dag eten en hoeveel gram is dat

Hoeveel brokken moet een kat van 4 kilo per dag eten en hoeveel gram is dat

Een volwassen kat van 4 kilo heeft gemiddeld zo'n 55 tot 65 gram droge brokken per dag nodig, als dat haar enige voer is. Dat komt neer op ongeveer 220 tot 250 kilocalorieën. Het exacte aantal hangt af van het merk, want brokken verschillen flink in energiegehalte, en van de vraag of je kat gesteriliseerd is en hoeveel ze beweegt.

Zo reken je de dagelijkse behoefte uit

Dierenartsen gebruiken een eenvoudige formule: de rustbehoefte is 70 keer het lichaamsgewicht in kilo tot de macht 0,75. Voor een kat van 4 kilo is dat ongeveer 198 kilocalorieën per dag. Voor een gesteriliseerde volwassen kat vermenigvuldig je dat met 1,2, wat uitkomt op zo'n 238 kilocalorieën. Een actieve kat die niet gesteriliseerd is, kan richting de 280 kilocalorieën gaan. Een kat die aan het afvallen is, krijgt juist iets minder.

Wil je er gewichten van maken, kijk dan op de verpakking van je brokken naar het aantal kilocalorieën per 100 gram. Veel brokken zitten rond de 380 kilocalorieën per 100 gram. Dan is 238 gedeeld door 3,8 ongeveer 63 gram per dag.

Wat als je ook natvoer geeft?

Veel katten krijgen een mix. Een zakje of blikje natvoer van 85 gram bevat meestal tussen de 60 en 90 kilocalorieën. Geef je 's ochtends één zakje en 's avonds een portie brokken, dan hoeft de portie droge brokken veel kleiner te zijn. Trek de calorieën van het natvoer af van de dagbehoefte en reken de rest om naar brokken. Zo voorkom je dat je kat ongemerkt te veel eet.

Hoe verdeel je het over de dag?

Katten eten van nature kleine porties, verspreid over de dag. Verdeel de 60 gram daarom liever over drie tot vier momenten dan over één. Een voerbal of snuffelmat helpt om haar te laten werken voor haar eten, wat verveling tegengaat. Laat je de bak de hele dag vol staan, dan is de kans groot dat ze meer eet dan nodig, zeker als ze binnen woont.

Kijk ook naar je kat zelf

De verpakking geeft een richtlijn, maar je kat is de maatstaf. Je moet haar ribben kunnen voelen onder een dun laagje vet, en van boven gezien moet ze een duidelijke taille hebben. Voel je de ribben nauwelijks, dan is de portie te groot. Steken ze duidelijk uit, dan is het te weinig. Weeg je kat elke maand en pas de portie met tien procent aan als het gewicht niet klopt.

Wanneer gaat het mis?

Valt je kat in korte tijd af of aan, eet ze plotseling veel meer of juist veel minder, drinkt ze opvallend veel of is ze lusteloos, ga dan naar de dierenarts. Dat kan duiden op een ziekte, zoals een schildklier- of suikerziekte. Een kat die twee dagen niet eet, hoort altijd bij de dierenarts, omdat de lever bij katten snel in de problemen komt.

Zo pak je het in de praktijk aan

Zet een keukenweegschaaltje naast de brokkenbak en weeg een week lang elke portie af. Je merkt dan hoe groot het verschil is tussen een schep op het oog en 60 gram. Daarna kun je een maatschepje kiezen dat daar precies bij past. Zo hoef je niet meer te wegen en weet je toch zeker dat je kat precies krijgt wat ze nodig heeft.