Tien jaar later

Geluid dringt onomkeerbaar door de stilte.

Hij kijkt op van het scherm. Er gaan jaren voorbij voordat hij arriveert.

Buiten staat een boom in het volle zonlicht

Hij loopt naar het raam. Een vrouw is bezig in de tuin. Ze zwaait naar hem en hij zwaait terug.

Lees verder...

Eerste kerstdag

Deze blogpost is deel 7 van 7 in de reeks We zijn allemaal alleen

Suzan schenkt zichzelf nog maar eens een kopje koffie in. Dit is haar eerste kerstmis zonder Laurens sinds ze een half jaar geleden uit elkaar zijn gegaan. Honderdvijfenzestig dagen om precies te zijn. Op die bewuste dag zelf hadden ze geen ruzie gehad. Na het avondeten was Laurens gaan tennissen met collega’s. De volgende ochtend werd Suzan wakker in een verder leeg bed. Later op de dag belde Laurens haar op dat hij was ingetrokken bij een vrouw waar hij al een tijdje een verhouding mee had.

Lees verder...

Vakantieliefde op Aicha Qandisha

Mijn gezicht diep in haar haren begraven. Het hare drukt in het kussen. Ik adem haar geur. Van onschuld. Van lente.

Ik pak haar bij de schouders en duw mezelf omhoog. Dieper in haar. Maak lome bewegingen vanuit de heupen. Bewust langzaam om de climax uit te stellen. Wat niet lang meer zal lukken.

Lees verder...

Sciencefiction voor gevorderden

‘Wat een rotstreek!’
‘Huh? Waar heb je het over?’
‘Ach, doe toch niet zo onnozel. Alsof je niet weet waar ik het over heb.’
‘Echt. Ik zweer het je. Waar heb je het over?’
‘Over je laatste blogpost. Zo misselijk.’
‘Welke laatste blogpost? Deze?’
‘Nee joh, doe niet zo bijdehand. Die waarin we ruzie hebben.’
‘Oh ja. Wat is daarmee?’
‘Nou, ik vind het gewoon niet tof dat je dat online hebt gezet.’
‘Maar er staat toch onder dat het fictief is.’
‘Alsof iemand dat leest.’
‘En ik heb onze namen niet gebruikt.’
‘Dat wil toch niets zeggen. Iedereen weet dat het over ons gaat omdat jij het geschreven hebt.’
‘Alsof wij twee buitenaardse wezens in een ruimteschip zijn.’
‘Dat doet er niet toe! Hoe meer je eromheen verzint, hoe eerder de mensen doorhebben dat het over ons gaat.’
‘Wat een onzin. Volgens jouw logica kan ik dan net zo goed helemaal stoppen met schrijven.’
‘Precies.’
Wat nou, precies.’
‘Gewoon. Precies. Dat je maar beter kunt stoppen met schrijven.’
‘Hoezo dat dan nu weer?’
‘Omdat ik het niet leuk vindt dat ons hele hebben en houden op straat komt te liggen.’
‘Alsof ik altijd over ons schrijf.’
‘Het gaat niet om wat jij schrijft. Het gaat om wat de mensen herkennen in wat je schrijft.’
‘Ik schrijf godverdomme sciencefiction verhaaltjes!’
‘Daar gaat het niet om. Je schrijft over relaties.’
‘Tussen aliens!’
‘Relaties zijn relaties. Dat moet jij toch weten.’
‘En trouwens, we kennen elkaar net een week.’
‘Dat weten je lezers toch niet.’
‘Jezus, ik weet gewoon niet wat ik hier nog op moet zeggen.’
‘Misschien kun je toegeven dat ik ergens gelijk heb. En dat je spijt hebt omdat je me neergezet hebt als een verwende bitch die haar zin niet krijgt.’
‘Is dat hoe je jezelf herkent in die blogpost?’
‘Ja. Daar hoef je geen literatuur voor gestudeerd te hebben.’
‘Weet je wat? Je hebt helemaal gelijk.’
‘Zie je wel!’
‘Fijn voor je. En rot nu maar op.’
‘Klootzak!’
‘Teringwijf!’

Lees verder...

De vijfde dag

Op de vijfde dag na het overlijden van zijn vader ging Joep weer naar kantoor. Vroeg in de ochtend. Zoals hij gewoon was te doen ook toen zijn vader nog leefde. Geen reden tot verandering wat hem betrof.

Er lag een stapeltje post op zijn bureau. Niet zo heel veel meer dan anders na enkele dagen afwezigheid door bijvoorbeeld vakantie of een zakenreis. Verder leek alles hetzelfde. Nee, alles was hetzelfde. Behalve de thermostaat. Die had iemand weer stiekem wat hoger gezet. Maar Joep had vandaag geen zin om dat te corrigeren.

Lees verder...

Derde kerstdag

Deze blogpost is deel 6 van 7 in de reeks We zijn allemaal alleen

[Het is zaterdagochtend. Suzan en Laurens zitten aan de keukentafel.]

Waarom begon je gisteren toch weer over politiek?

Nou?
[Iemand staat op.]
Wil je nog wat koffie?
Ja begin maar over iets anders. Negeer me maar.
Koffie?
Nee ik hoef geen koffie.
[Iemand gaat weer zitten.]
Nou?
Wat nou?
Nou als in ga ik nog antwoord krijgen.

[Iemand staat op en schenkt zich koffie in.]
Ik dacht dat je geen koffie hoefde.
Klopt. Net niet nu wel.
Lekker kinderachtig.
Nee jij met je geen antwoord geven op mijn vraag. Dat is pas volwassen gedrag.

Nou?
Ik ga me aankleden. We moeten nog boodschappen doen.
Jezus! Wat ben jij een eikel!
Nee die broer van jou. Dat is een fijne vent.
Wat heeft dat er nu weer mee te maken?
Je wilde het toch over gisteren hebben? Dan kun je het krijgen ook. Vanaf nu ga ik naar geen enkel familiefeestje als ik weet dat die hufter van een broer van jou er ook is.
Het is anders ook jouw familie!
Huh? Waar heb je het over?
Ooit gehoord van schoonfamilie? Denk toch na voordat je zomaar wat roept.
Whatever. Ik ga me aankleden.
[Iemand staat op.]
Whatever whatever. Praat toch normaal. We zijn hier in Nederland.
Dat zei je broer ook.
Wat? Wat zei je?

Lees verder...

Druk

Deze blogpost is deel 5 van 7 in de reeks We zijn allemaal alleen

Suzan keek uit het raam. Buiten stonden allemaal auto’s naast elkaar. Er was slechts één plekje vrij. Maar omdat links en rechts van het vak nogal slordig was geparkeerd zou het niet meevallen om daar nog een auto tussen te krijgen. Misschien een heel kleintje. Zo eentje die je steeds vaker zag. Met een 45 km sticker op de achterkant geplakt. Ze had zich al verscheidene keren afgevraagd of daar alleen gehandicapten in mochten rijden. Vroeger had er bij hen in het dorp ook iemand gewoond die gehandicapt was. Maar die ging overal met de rolstoel naar toe. Binnenkort moest ze toch maar weer eens de parkeerregels op de agenda zetten.

Lees verder...