Snel op weg naar langzaam

De ver­hui­zing is met een drie­tal week­jes opge­scho­ven. Dat komt ons niet slecht uit hoe­wel de aan­lei­ding erg tra­gisch is. Er moet nog een hoop gebeu­ren en daar­voor zijn die extra dagen brood­no­dig.

Tege­lij­ker­tijd kan ik haast niet wach­ten om over te hui­zen. Ik ben er wel klaar mee. Na ruim een half jaar wil ik mijn vrije tijd weer eens aan wat anders beste­den dan aan de vele acti­vi­tei­ten die gepaard gaan met de ver­bou­wing van ons nieu­we huis. Het eni­ge waar ik 's avonds laat nog een beet­je zin in heb is om wat te inter­net­ten. Voor lezen kan ik de con­cen­tra­tie niet opbren­gen. Te vaak gaan m'n gedach­ten van­zelf naar aller­lei zaken die nog gere­geld moe­ten wor­den.

Ook het blog­gen heeft er onder te lij­den. Het gaat met hor­ten en sto­ten. Peri­o­des waar­in ik wat regel­ma­ti­ger pro­beer te blog­gen wor­den afge­wis­seld met peri­o­des waar het er niet van komt. Of dat ik het gewoon­weg ver­geet. De onder­wer­pen waar­over ik blog heb­ben bijna alle­maal te maken met de ver­bou­wing. Omdat er wei­nig anders is momen­teel.

Het lief­st zag ik de komen­de dagen voor­bij vlie­gen zodat we in ons nieu­we huis kon­den trek­ken en daar dan de tijd stil kon­den zet­ten om een hoop in te halen van wat ik het afge­lo­pen jaar zoal gemist heb.

Een beet­je tegen­strij­dig, ik weet het. Maar het is hoe ik me voel. Moe en rus­te­loos.

~ ~ ~

Eén ei was geen paasei

En opnieuw kan de beschuit met muis­jes op tafel gezet wor­den. Deze keer voor de komst van het eer­ste kui­ken­tje bij onze nieu­we woning. Het is een bewon­de­rens­waar­di­ge pres­ta­tie van de kip om onder de cha­o­tische omstan­dig­he­den die gepaard gaan met de uit­ge­brei­de ver­bou­wing aan ons huis toch uiter­st sto­ï­cijns drie weken lang op haar post te blij­ven. Maar het resul­taat is er dan ook naar. Een schat­je!

Moe­der en dochter/zoon (voor­als­nog heb ik geen idee) maken het goed.

~ ~ ~

Rondje water lozen

Eer­ste paas­dag. Van­daag doen we wat rus­tig aan met ver­bou­wen en ver­hui­zen. Zal ik van de gele­gen­heid gebruik maken om een keer­tje uit te sla­pen? Nah, zon­de van de vrije tijd. Of zal ik ein­de­lijk weer eens naar sur­vi­val­trai­ning gaan?

Ik sta in dubio. Maar ik neem geen enkel risi­co. Omdat ik al een hele tijd niet meer spor­tief bezig ben gewee­st lijkt het me beter een rond­je te gaan hard­lo­pen.

In ons nieu­we huis staan kachel­tjes die de muren en vloer ver­sneld (niet te snel want dat is ook weer niet goed) dro­gen zodat we niet al te veel ver­tra­ging oplo­pen in de plan­ning. Er staat ook een soort van dro­ger die het vocht uit de muren trekt en in een gro­te emmer loost. Die moet regel­ma­tig leeg wor­den gemaakt.

Dus trek ik mijn hard­loop­schoe­nen aan en besluit op en neer te ren­nen in een tem­po dat past bij mijn geslon­ken con­di­tie om het ver­za­mel­de vocht te gaan lozen. Het is nog vroeg wan­neer ik op pad ga en er zijn wei­nig ande­re men­sen op de been of de fiets. Ter­wijl het onge­loof­lijk mooi weer is.

Ruim bin­nen de 30 minu­ten ben ik op de plaats van bestem­ming. Dat viel erg mee. Ik zet mijn spor­t­hor­lo­ge op pau­ze en ga aan de slag met het leeg­ma­ken van de emmer en het voe­ren van de kip­pen. Daar­na sluit ik alles weer goed af en maak me op voor de 5 km terug naar huis.

Dat gaat min­der goed. Al met­een voel ik over­al pijn­tjes. De ver­moeid­heid slaat snel toe. Bin­nen de kort­ste keren is de snel­heid er hele­maal uit. Geluk­kig trekt de pijn na een tijd­je wat weg. Ik kan weer genie­ten van het lopen.

Thuis aan­ge­ko­men doe ik nog een goe­de coo­ling down. Daar­na dou­chen gevolgd door een uit­ge­breid paas­ont­bijt. Heer­lijk!

Nu blij­ven vol­hou­den om regel­ma­tig te gaan ren­nen zodat ik bin­nen­kort ook weer de sur­vi­val­trai­ning aan­durf.

~ ~ ~

Wie eet wie?

Voor haar ver­jaar­dag had Inge plan­ten of vis­sen gevraagd voor in de moe­ras­vij­ver bij onze nieu­we woning. Ik besloot voor de vis­sen te gaan. Het moesten exem­pla­ren zijn die niet al te groot zou­den wor­den en lief­st met een niet al te opval­len­de kleur tegen de vele rei­gers die de omge­ving bevol­ken. Want bij de moe­ras­vij­ver had­den wij geen bescher­ming in de vorm van net­ten of iets der­ge­lijks gepland.

De ver­ko­per advi­seer­de om de gou­del­rits (spreek uit als goud-elrits, niet gou­del-rits wat ik dus deed) te nemen. Ze zijn mak­ke­lijk in onder­houd, kun­nen tegen vij­ver­wa­ter van ver­schil­len­de (zelfs lage) kwa­li­teit en plan­ten zich snel voort. Op dat laat­ste zat ik niet zo te wach­ten, maar met die rei­gers in de buurt was het mis­schien wel han­dig. En, waar het voor­na­me­lijk om ging, ze wer­den niet gro­ter dan zo'n 7 tot 8 cen­ti­mer.

Spe­ci­aal vis­sen­voer was niet nodig mits er in de vij­ver vol­doen­de plan­ten en insek­ten zaten. Dat was het geval. Pri­ma, zei de ver­ko­per. Dan kun­nen de vis­jes zich te goed doen aan de water­vlooi­en en even­tu­e­le klei­ne tor­re­tjes.

Met een zak­je vol gou­del­rits (is het een cadeau­tje, ja maar inpak­ken hoeft niet hoor) ging ik naar huis. Inge vond ze gewel­dig. Mis­sie geslaagd.

Samen lie­ten we ze los nadat ze had­den kun­nen wen­nen aan het vij­ver­wa­ter. Omdat het water nog wat groe­nig van kleur is waren ze bin­nen no time niet meer te zien toen ze naar de bodem van de vij­ver afdaal­den. Wel zagen we plots een of ander zwart geval opdoe­men.

Was het een uit de klui­ten gewas­sen water­vlooi? Een klei­ne kik­ker of sala­man­der? We kon­den het niet goed zien omdat het beest­je (het moest iets levends zijn want het bewoog) zich ver­school tus­sen de plan­ten. Na wat geklooi luk­te het me uit­ein­de­lijk om wat het dan ook was uit de vij­ver te schep­pen.

Het bleek een gigan­tische tor te zijn. De leng­te was zeker wel zo'n 5 cen­ti­me­ter. Min­stens net zo groot als de vis­jes die we er net in had­den los­ge­la­ten. Wat nu? Was het wel vei­lig om dit mon­ster terug te zet­ten in de vij­ver? We kon­den ons niet voor­stel­len dat de vis­jes deze tor zou­den gaan ver­or­be­ren. Eer­der anders­om.

Inter­net gaf uit­komst. We had­den een 'gro­te spin­nen­de water­tor' in onze vij­ver. Geen bedrei­ging voor de gou­del­rits en vice ver­sa. Een mooie aan­winst en extra pre­sen­tje voor Inge d'r ver­jaar­dag.

~ ~ ~

Broedgetij

De merel die zo slim is gewee­st om een nest­je onder onze car­port te bou­wen was van­och­tend weg. We vrees­den het erg­ste. Zou het de eksters of vlaam­se gaai­en gelukt zijn de eitjes weg te roven?

Inge kon het niet laten om een kijk­je te nemen. En ja hoor, de eitjes waren ver­dwe­nen. Maar daar­voor in de plaats lagen er een vier­tal oer­le­lij­ke baby­me­rels te pit­ten. Niet lang daar­na kwa­men de vader- en moe­der­me­rel al aan­ge­vlo­gen. Hun bek vol met pie­ren en insek­ten. Op het dak zaten enke­le eksters de boel nauw­let­tend in de gaten te hou­den. Zou­den ze zo slim zijn om hun prooi eer­st nog wat in gewicht te laten groei­en voor­dat ze de aan­val inzet­ten?

Bij ons nieu­we huis heb­ben ook nest­jes onder het dak van de schuur. Van zwa­lu­wen. Alleen had­den we die nog niet gezien dit voor­jaar. Van­daag was het dan ein­de­lijk zover. Ter­wijl we in 'de schaft­keet' een kop kof­fie zaten te drin­ken hoor­den we ineens een hoop gekwet­ter. De kip­pen kon­den het niet zijn. Die maken een ander soort kabaal. Maar wat was het dan?

Nieuws­gie­rig lie­pen we naar bui­ten om bijna omver gevlo­gen te wor­den door vele zwa­lu­wen die pijl­snel langs ons heen scheer­den.

Op dit film­pje lijkt het of er slechts een­tje is, maar als je goed kijkt zie je er ook twee naast elkaar op zo'n sta­len spant zit­ten. En ver­der vlo­gen er con­ti­nu zwa­lu­wen af en aan op zoek naar hun nest­je van vorig sei­zoen. Het is een gezel­li­ge druk­te.

PS. Om het broed­ver­haal com­pleet te maken zit er ook nog een kip al een paar weken lang op twee eie­ren. Daar hopen we bin­nen­kort goed nieuws over te mogen delen.

~ ~ ~

Eitjes leggen, niemand zeggen

Bin­nen­kort is het pasen. Dat weet ik omdat er op kan­toor de afge­lo­pen tijd steeds vaker paasei­tjes opdo­ken. Ze lagen plots in de kof­fie­hoek, rol­den voor­bij tij­dens ver­ga­de­rin­gen, ston­den in de aan­bie­ding bij de kas­sa in het bedrijfs­res­tau­rant, of zaten te kijk in schaal­tjes op de afde­ling. Net als peper­no­ten in de maan­den voor­af aan Sin­ter­klaas vorm­den ze al snel een ware plaag.

Wat me opviel toen ik vori­ge week in onze tot schaft­keet omge­bouw­de schuur kwam was dat daar geen eitje te beken­nen viel. Ja, die van de kip­pen zo af en toe, maar geen van cho­co­la­de. Blijk­baar hou­den bouw­vak­kers er niet van, of komt het niet in hen op om ze te gaan halen.

Ik ver­tel­de Inge dat het mis­schien wel lachen was om er een hoop te ver­stop­pen in en rond­om ons half­ver­bouw­de huis. Natuur­lijk niet tij­dens de paas­da­gen, want dan wordt er niet gewerkt. Dus dan maar van­avond zodat ze zich er op goe­de vrij­dag aan te goed kun­nen doen.

Mits ze de lek­ker­nij­en weten te vin­den.

~ ~ ~

Kantoorburgerlijke ongehoorzaamheid

Van­och­tend vroeg zag ik op kan­toor een col­le­ga van de faci­li­tai­re dienst bezig om pen­nen­bak­jes onder de bureau's op onze afde­ling te mon­te­ren. Ik vroeg hoe het met hem ging. Naar omstan­dig­he­den goed, kreeg ik als ant­woord. Hij was sinds kort weer aan het werk. Op the­ra­peu­tische basis.

Dat kon ik begrij­pen.

In decem­ber vorig jaar was hij van een lad­der geval­len en had daar­bij van het ene been de enkel gebro­ken en van het ande­re de knie. Of daar­om­trent. De details weet ik niet pre­cies maar wat ik ervan ont­hou­den heb had hij gepro­beerd om staan­de op de lad­der iets ver­der te rei­ken dan han­dig was waar­door de lad­der onder hem was weg­ge­gle­den. Gevolg: met kerst­mis thuis in het gips.

Ik had dit jaar eens geen zin om rond oud en nieuw te wer­ken, grap­te hij. Hoe­wel ik een vol­gen­de keer toch lie­ver bei­de armen breek.

Onder­tus­sen had hij het laat­ste bak­je beves­tigd. Tijd voor de vol­gen­de afde­ling. Maar eer­st een kop­je kof­fie. Ik werk ten­slot­te op the­ra­peu­tische basis.

Niet veel later kwa­men de collega's van mijn afde­ling bin­nen­ge­drup­peld. Ver­baasd vroe­gen ze zich af wat dat idi­o­te ding onder hun bureau deed, om het daar­na met veel gemop­per te ver­wij­de­ren.

Over the­ra­peu­tische bezig­heid gespro­ken.

~ ~ ~