Al maanden loop ik rond met een pijnlijke onderarm. Ik dacht dat het wel te maken zou hebben met het vele sloop, sjouw en andersoortig werk van tijdens de verbouwing. En dat blijkt te kloppen. Alleen dacht ik dat het wel zou verdwijnen nu het wat rustiger is geworden.

Helaas. Er valt geen enkele verbetering te bespeuren. Niet dat het altijd pijn doet. Alleen bij bepaalde bewegingen. Waaronder enkele essentiele zoals de versnelling van de auto in z’n achteruit zetten bijvoorbeeld. Of dingen oppakken. Klimmen daarentegen, of hout kloven gaat dan weer zonder problemen.

Op de survivalrunclub zei iemand een week geleden dat waarschijnlijk een pees in mijn arm ontstoken was en door er wat naalden in te laten prikken de pijn Af zou nemen. Ik had niet het idee dat ik Inge moest vragen om haar naaisetje tevoorschijn te halen. Daarom vandaag toch maar een afspraak bij de fysio gemaakt. Deze avond kon ik al langs komen.

Het bleek inderdaad een overstrekte pees te zijn. Naalden waren (nog?) niet nodig. Hij beperkte zich nu tot het masseren (waarbij het leek of zijn vingers diep in mijn armen verdwenen alsof hij deeg aan het kneden was) van de pijnlijke plek om de doorbloeding op gang te krijgen. Met wat oefeningen voor de komende week stond ik na ruim een half uur weer op straat. Maandag over een week is de volgende afspraak.

Natuurlijk was ik er niet gerust op dat ik in de tussentijd mocht gaan trainen (zekerheidshalve had ik die van zondag al overgeslagen). Maar dat bleek geen probleem te zijn. Als ik de boel niet forceerde kon ik gewoon lekker doorgaan. Fijn, want de dagen vliegen voorbij en op 10 september staat alweer de eerste run op de agenda. In Gennep. Waar ik vorig jaar in de allerlaatste hindernis sneuvelde en mijn bandje moest inleveren. Dat gaat me hopelijk niet opnieuw gebeuren.

 

Deze avond was het een stuk koeler dan vrijdagavond. Om precies te zijn: 8C. En daarbij regende het nu ook nog eens lichtjes. Kortom, ideale weersomstandigheden voor een rondje rennen. Ditmaal was het plan om niet op mijn hartslag te letten maar het eerste gedeelte (4km) rustig te lopen in een constant tempo van net onder de 6 minuten per kilometer, en dan het tweede gedeelte het tempo op te voeren.

Zo gepland, zo gerend:

Tussentijden zondag 23 juli

Vergeleken met precies hetzelfde rondje op vrijdagavond (zie tussentijden hieronder), ging het dit keer beduidend sneller en met een veel betere hartslag. Omdat ik een soort van vliegende start had (vanuit huis naar het startpunt 300m verder gejogd en toen meteen gaan rennen zonder warming up) was mijn hartslag wel hoger dan vrijdag. Dat was slechts van korte duur. Bij de tweede kilometer waren beide hartslaggemiddeldes precies gelijk. Daarna bleef mijn hartslag vanavond bij een regelmatig tempo van rond 5:50 minuten per kilometer stabiel op gemiddeld 145.

Wat een verschil met vrijdag!

Toen schoot mijn hartslag door de 200 grens terwijl ik bijna een minuut per kilometer langzamer liep. Het kan niet anders dan dat de hoge temperatuur de oorzaak moet zijn.

Tussentijden vrijdag 21 juli

Wat ook vermeldenswaardig is, is de tempoversnelling die ik vanavond wist door te voeren. Wat me vrijdag niet lukte ging nu soepeltjes. In het tweede gedeelte van mijn rondje liep ik elke kilometer sneller dan de vorige, om te eindigen in een tempo van 5:08 minuten per kilometer. Niet supersnel, wel weer een stukje sneller dan eerdere pogingen. Dat op het laatst mijn hartslag opnieuw door de 200 grens ging vind ik niet erg. Tenslotte was ik bezig met een eindsprint.

Hoewel ik nog lang niet tevreden ben over mijn resultaten in de hartslagzones ziet het er gelukkig al een stuk beter uit. Liep ik vrijdag 81% in de sprint zone, nu is dit al gezakt naar 53%. Gecombineerd met 38% in de snelheid zone geeft dit een veel realistischer beeld van mijn huidige loopconditie dan twee dagen geleden. De volgende uitdaging is om mijn gemiddelde hartslag nog meer richting de conditie zone te laten zakken bij een tempo dat onder de 6 minuten per kilometer blijft.

~ ~ ~

Een collega van me is eind vorig jaar naar ‘het buitengebied’ verhuisd. Een kleiner huisje maar met meer grond eromheen. Sinds we vanwege een interne reorganisatie rondom diezelfde tijd naast elkaar zijn komen te zitten en hij hoorde van onze plannen om ook naar een soortgelijke plek te verhuizen wisselen we veel tips aan elkaar uit.

Wat me vanaf het begin is bijgebleven is zijn opmerking dat hij iedere avond tot laat bezig is (of tot laat buiten op het terras zit) en meestal bekaf in bed valt. Te moe om nog wat anders te doen nadat alle (dagelijks/wekelijks terugkerende) klussen rondom het huis gedaan zijn. Er blijft weinig energie/tijd over voor andere zaken.

Niet dat hij er spijt van heeft. Het is juist dat hij zich helemaal goed voelt bij dit nieuwe buitenleven. Vergeleken met voorheen heeft hij het gevoel veel actiever bezig te zijn. Hij kan er nu al niet meer bij dat hij bijvoorbeeld eerst zoveel tijd voor de tv, achter de pc of aan de smartphone doorbracht. Dat komt er nu helemaal niet meer van.

Mijn ervaringen zijn identiek. Er is hier altijd wel iets te doen. Zeker omdat er nog veel resterend werk is na de verhuizing en verbouwing, maar ook als dat (hopelijk op korte termijn) afgerond is, dan zal het niet minder worden. Hooguit komen er andere zaken voor in de plaats. En ik voel me er even goed bij als mijn collega.

Thuis na het werk (of nu tijdens de vakantie) loop ik steevast rond in een stevige (korte) werkbroek en op klompen (geen houten, dat dan weer niet). Meestal hebben we de avond ervoor al doorgesproken waar we ons de volgende dag mee gaan bezighouden. Niet meer dan een vage planning waar we eventueel van af kunnen wijken mochten de omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Wat we onszelf wel blijven voorhouden is het volgende: probeer niet iedere klus per se op de dag zelf af te krijgen, maar spendeer er gewoon enkele uren aan zodat er voortgang geboekt wordt. Het meeste wat gedaan moet worden is namelijk te groot of te veel om binnen één dag te doen. Daar maak je jezelf alleen maar gek mee.

En reserveer af en toe wat tijd voor andere ontspanning, zoals in mijn geval lezen en sporten. We moeten het hier tenslotte hebben van de lange adem.

Langzaamaan merken we hoe we in een ander leefritme terechtkomen. Eens kijken of dat ook zo (goed) blijft (bevallen).

PS: Toen we vanmiddag even pauze namen tijdens de klus om al het hout te sorteren dat we van de verbouwing opgespaard hadden, kwam ons gesprek als vanzelf op dit nieuwe leven in het buitengebied terecht. Juist op dat moment bezorgde de post het boekje In het buitengebied van Adriaan van Dis. Benieuwd wat hij erover te zeggen heeft.

~ ~ ~

Het was nog flink warm (25C) toen ik vanavond een rondje ging rennen. Voor mij meestal niet de meest optimale weersconditie. Liever heb ik dat het lekker fris is met bovendien wat miezerregen. Je hebt het alleen niet voor het kiezen dus trok ik plichtsgetrouw de hardloopschoenen aan en vertrok richting Doornenburg.

Mijn plan was om een afstand van rond de acht kilometer te lopen en deze keer niet mijn gemiddelde tempo in de gaten te houden, maar mijn hartslag. Die is vaak nogal aan de hoge kant wanneer ik na afloop de statistieken terugkijk.

De tomtom app die ik gebruik hanteert de volgende hartzones:

  • 68-101 rustig
  • 101-118 fat burn
  • 118-135 conditie
  • 135-152 snelheid
  • 152-169 sprint

Op basis van feedback door het sporthorloge regelmatig te dragen tijdens niet-sport momenten ‘leert’ de app wat jouw individuele hartslagfrequentie is. Dat heb ik tot nu toe nog nooit gedaan.

De eerste kilometer ging goed. Mijn hartslag kwam niet boven de 150 uit. Dat veranderde daarna echter al snel. Binnen de kortste keren zat ik boven de 170 terwijl ik niet het idee had dat ik echt hard liep. Of harder was gaan lopen dan tijdens de eerste kilometer. Heel overdreven liet ik toch mijn tempo afzakken naar iets wat bijna vergelijkbaar was met wandelen. Het effect op mijn hartslag was dat die nu doorschoot tot tegen de 200 aan.

Zou het de warmte zijn? Of zat mijn horloge niet goed om mijn pols?

Hoe dan ook, ik had hier geen zin meer in en veranderde de weergave op het display naar mijn huidige tempo. Net iets langzamer dan 7 minuten per kilometer. Dat kon best wast sneller! En ik gaf een beetje gas rekening houdend dat mijn hartslag misschien toch echt wel 200 was op dat moment.

De rest van het rondje (acht kilometer in totaal) heb ik lekker rustig gelopen in een tempo van gemiddeld 6:30 minuten per kilometer. Naar mijn hartslag heb ik niet meer gekeken. Ze zeggen altijd dat zolang je tijdens het rennen de adem hebt om ook te kunnen praten dat je dan in de zone van ‘conditie’ zit. Dus ergens tussen 118 en 135. Nou heb ik niet de hele tijd in mijzelf lopen praten, maar had er iemand naast me gelopen dan had ik daar zonder moeite een goed gesprek mee kunnen voeren.

Volgens de app kan ik dat zelfs wanneer ik volop aan het sprinten ben. Misschien is het toch een idee om het horloge wat vaker overdag te dragen zodat de hartslagzones wat meer afgestemd worden op mijn eigen unieke hartslag.

~ ~ ~

Deze ochtend bij het ontbijt buiten op het terras geen kwikstaartje te bekennen. Wel later op de dag een mooie grote vlinder. De camera lag deze keer paraat en op de automatische piloot de volgende foto’s genomen om te laten zien dat de investering geen zonde was.

~ ~ ~

Tijdens het ontbijt zagen we een bijzonder vogeltje in de tuin. Met de weinige kennis die we op dit gebied hebben kwamen we niet verder dan te denken dat het misschien wel een kwikstaartje kon zijn. Ik maakte een foto met mijn iPhone maar dat hielp niet veel. Het inzoomen zorgde voor teveel kwaliteitsverlies en het resultaat was een wazige vlek op een donkergroene achtergrond.

Inge stelde voor om de spiegelreflex camera erbij te pakken. Een goed idee in andere tijden, maar nu in deze dagen kort na de verhuizing waar veel spullen nog steeds ingepakt staan was het een hele uitdaging. Toen ik de camera eindelijk gevonden had was het vogeltje natuurlijk allang gevlogen. Dat bleek niet het geval te zijn. Snel verving ik de standaard lens met eentje die verder kon inzoomen en maakte een paar foto’s.

Eenmaal overgezet op de computer bleken ze qua kwaliteit niet veel onder te doen voor de eerder genomen foto met de iPhone:

Beetje overdreven natuurlijk, maar toch. Echt tevreden kon ik niet zijn.

Terwijl ik de instellingen van de camera doorliep schoot me te binnen dat ik het apparaat tijdens de verhuizing een keertje had uitgeleend. De volgende dag kreeg ik ‘m terug met de opmerking dat de foto’s erg tegenvielen. Of ik niet van mening was dat het zonde van mijn geld was geweest.

Nu ik er zo aan terug dacht vond ik het eerder zonde dat ik ‘m uitgeleend had.

Ik weet nog dat ik ook toen even naar de instellingen had gekeken zonder te zien wat het zou kunnen zijn. Want die foto’s waren echt slecht. Uiteindelijk heb ik de camera weer opgeborgen met het plan om er na de verhuizing wat meer aandacht aan te besteden wat de oorzaak zou kunnen zijn. Die tijd was nu aangebroken. Probleem was alleen dat ik de handleiding nergens kon terugvinden. Ook ergens ingepakt zonder dat ik precies wist in welke doos.

Nadat ik proefondervindelijk geconstateerd had dat het niet aan de lens kon liggen (omdat ik met verschillende lenzen hetzelfde slechte resultaat had) besloot ik om het sensorreinigingsprogramma op te starten. Het had geen merkbaar effect. Als laatste optie kon ik niets anders bedenken dan een reset te doen naar de oorspronkelijk fabrieksinstellingen. Ook dit hielp niet.

Tja, en wat doe je dan? In dit geval zat er niets anders op dan naar de fotovakhandel te fietsen. Die had snel gezien dat ondanks de reset er toch enkele instellingen niet teruggedraaid worden. Waaronder de ISO waarde. Zelfs op de stand van automatisch foto’s maken bleef die hardnekking op de hoogste waarde staan in plaats van op basis van de omstandigheden de meest optimale waarde te selecteren. Volgens de verkoper was dat logisch. Een logica die er bij mij niet inging zonder dat ik daar een punt van maakte. Tenslotte had hij mij goed geholpen.

Eenmaal thuis was de kwikstaart (want dat was het) in geen velden of wegen meer te bespeuren. En de handleiding van de camera zat in het voorste vakje van de cameratas. Dat leek me ooit wel een handige plaats.

~ ~ ~

[Afbeelding: Richard A. Kirk]
Het leek wel wat op een echte vakantiedag, vandaag. Nadat de stratenmakers vanochtend klaar waren met het doorleggen van een stuk terras achter de schuur kon de poort dicht. Er werd geen (gepland) bezoek meer verwacht. Een half uurtje heb ik nog wat hout staan kloven maar het was eigenlijk niet te doen bij een temperatuur die zoetjesaan boven de dertig graden was gestegen.

Er zat niets anders op dan een goed boek te pakken en een plek in de schaduw op te zoeken. Het werden er twee (boeken, niet plekken): No is not enough van Naomi Klein en Imajica van Clive Barker. Allebei lees ik om en om. Heb ik een hoofdstuk uit het ene boek gelezen dan ga ik verder met een nieuw hoofdstuk in het andere boek. Wel lig ik een eind voor in Imajica omdat ik daar al veel eerder in was begonnen.

Ze bevallen me beiden erg goed. Imajica is perfecte vakantielectuur. Het biedt een uitgebalanceerde mix van science fiction, fantasy, horror en realisme. Wat ik vooral erg prettig vind is de aandacht voor details. Clive Barker neemt de tijd om zijn hoofdpersonages in al hun complexiteit te beschrijven. Het zijn zeker geen eendimensionale figuren die ondergeschikt zijn aan een voortrazend verhaal met onverwachte plotwendingen. Ook de verschillende werelden die bezocht worden (de Imajica is een constellatie van vijf min of meer verbonden dimensies) komen volledig tot hun recht met al hun bizarre bewoners en bijbehorende gewoontes. Heerlijk om je in te verliezen.

[Sharing is Caring: De uitgave die ik in bezit heb bevat een uitgebreide index met bovendien geweldige illustraties door Richard A. Kirk. Wanneer je op bovenstaande afbeelding klikt kom je op zijn website terecht met onder andere een uitgebreide portfolio en een blogsectie. De moeite waard om te bezoeken.]

No is not enough is van een totaal andere orde. Naomi Klein voelde de noodzaak om in afwijking van haar eerdere boeken waar jaren aan diepgaande studie voorafgingen ditmaal haar opgedane kennis te gebruiken als basis voor een soort van pamflet tegen de in haar ogen desastreus verlopen verkiezingen in de VS die Donald Trump aan een overwinning hebben geholpen. Publicatie moest snel zijn want haast is geboden. Klein ziet de uitverkiezing van Trump in het verlengde liggen van ontwikkelingen die zij al eerder beschreef in No Logo en The Shock Doctrine. In die zin was het misschien geen verrassing, maar de schok die ze voelde toen ze vanuit Australië de verkiezingen volgde was er niet minder om.

In haar boek laat ze niet alleen zien hoe het zover gekomen is, ze geeft ook aan dat er manieren zijn om Donald Trump (en zijn aanhang) te bestrijden. Want zoals de titel al aangeeft, alleen demonstreren tegen alles wat Trump probeert te af te breken (medische zorg voor iedereen) of op te bouwen (een muur aan de grens met Mexico), is niet genoeg. Vandaar de urgentie.

Zover ben ik echter nog niet. Momenteel lees ik hoe zij met haar zoontje het Great Barrier Reef in Australië bezoekt als onderdeel van een documentaire waaraan ze meewerkt over hoe vergaand de impact van klimaatverandering al is in sommige gebieden. Een kwart van dit unieke natuurverschijnsel is inmiddels gestorven door slechts een minieme verhoging van de watertemperatuur. Wat rest is een desolaat onderwaterlandschap. Alle kleur is verdwenen en over en tussen het witte ‘gebeente’ drijft een stinkende groene smurrie.

Dit is niet het gedeelte waar ze haar zoontje mee naar toe neemt. Ze leert hem op vierjarige leeftijd snorkelen daar waar het rif nog op haar allermooist is. Zodat hij betoverd zal raken door de overweldigende schoonheid.

You need to love something first, before you can protect and defend it.
[p.64, No is not enough, Naomi Klein]

~ ~ ~