Nu het kwik weer richting de 30 graden kruipt, vraag ik me elke zomer opnieuw af of mijn hond wel genoeg drinkt. Te weinig vocht is bij warm weer namelijk zo gebeurd, en uitdroging kan gevaarlijk zijn. Voor mijn hond van 20 kilo houd ik daarom een duidelijke richtlijn aan. Die deel ik hieronder, zodat jij het ook makkelijk kunt inschatten.
De basisregel per kilo
De vuistregel is dat een hond ongeveer 50 tot 60 milliliter water per kilo lichaamsgewicht per dag nodig heeft. Voor mijn hond van 20 kilo komt dat op een normale dag neer op zo'n 1 tot 1,2 liter. Dat is inclusief het vocht dat hij uit zijn voer haalt. Krijgt jouw hond vooral droogvoer, dan moet hij dat tekort allemaal uit zijn drinkbak halen.
Meer drinken bij warm weer
Op een warme zomerdag loopt die behoefte flink op. Door het hijgen verliest mijn hond extra vocht, en bij 28 tot 30 graden kan zijn waterbehoefte zomaar verdubbelen tot 1,5 of zelfs 2 liter. Na een wandeling of een spelletje in de tuin zet ik daarom altijd vers water klaar. Ik ververs het meerdere keren per dag, want lauw water uit een warme bak drinkt hij minder graag.
Zo herken ik uitdroging
Of mijn hond genoeg binnenkrijgt, controleer ik met een simpele test. Ik trek voorzichtig aan het vel in zijn nek; veert dat meteen terug, dan zit hij goed in zijn vocht. Blijft het even staan, dan is dat een teken van uitdroging. Ook plakkerig tandvlees, sloomheid en weinig plassen zijn waarschuwingssignalen waar ik op let.
Mijn tips om het drinken te stimuleren
Drinkt je hond uit zichzelf weinig, dan zijn er trucjes. Ik voeg soms een scheutje nat voer of een beetje ongezouten bouillon aan het water toe. Op de heetste dagen geef ik ijsklontjes als snack of leg ik een tweede waterbak in de schaduw buiten. Zo blijft het water koel en aantrekkelijk, ook als wij niet thuis zijn.
Voor een hond van 20 kilo reken ik dus op ongeveer 1 tot 1,2 liter per dag, oplopend tot 2 liter bij hitte. Houd de drinkbak gevuld en let op de signalen, dan komt mijn viervoeter de zomer fris en gezond door.