Waarom gaan mijn kamerplanten dood
Dat zielige, hangende plantje op de vensterbank is zelden een kwestie van groene vingers hebben of niet. Meestal gaat er iets mis met water, licht, voeding of de standplaats. Door beter te begrijpen wat je plant nodig heeft, kun je veel problemen voorkomen en bestaande schade vaak nog herstellen.
Te veel of te weinig water
Water geven is de grootste doodsoorzaak bij kamerplanten. Bij te veel water worden de wortels bruin en papperig en kan de plant geen zuurstof meer opnemen. Bij te weinig water worden de bladeren dof, slap en kunnen ze bruin aan de randen worden. Steek altijd een vinger enkele centimeters in de potgrond. Voelt het nog vochtig, wacht dan met gieten. Voelt het droog aan, dan is het tijd voor water. Zorg dat er gaten in de pot zitten en een schotel waar overtollig water in kan lopen, zodat de wortels niet constant in het water staan.
Onvoldoende of verkeerd licht
Licht is de energiebron van je plant. Bij te weinig licht worden planten lang, slap en lichtgroen van kleur. Bij te veel direct zonlicht ontstaan er juist bleke, droge vlekken op de bladeren. Lees bij aankoop wat je plant nodig heeft en kijk goed naar de ruimte. Een raam op het noorden geeft vooral indirect licht, een raam op het zuiden veel feller licht. Zet een schaduwplant nooit pal in de volle zon en schuif een lichtminnende plant niet te ver de kamer in.
Wat doe ik eraan om mijn planten te redden
Als je weet wat er misgaat, kun je gericht ingrijpen. Vaak is het een combinatie van kleine aanpassingen die het verschil maken tussen een wegkwijnende en een weelderige kamerplant.
Grond en voeding op orde
Veel planten staan jarenlang in dezelfde potgrond, terwijl de voedingsstoffen daarin langzaam opraken. Gebruik bij het verpotten verse potgrond die past bij het type plant, bijvoorbeeld speciale grond voor cactus of orchidee. Geef in het groeiseizoen eens in de paar weken vloeibare plantenvoeding volgens de aanwijzing op de verpakking. Overdrijf dit niet, want te veel voeding kan wortels verbranden. Merk je dat de plant ineens stopt met groeien of snel gele bladeren maakt, controleer dan altijd eerst de grond en wortels.
De juiste standplaats en luchtvochtigheid
Veel populaire kamerplanten komen uit tropische gebieden en houden niet van koude tocht of droge lucht. Zet ze niet vlak bij een openstaande deur, een radiator of airco. In een erg droge kamer kun je de luchtvochtigheid verhogen door een schaal met water bij de planten te zetten of af en toe te sproeien, vooral bij soorten met dunne, zachte bladeren. Draai je planten om de paar weken een stukje, zodat alle kanten licht krijgen en ze mooi in vorm blijven.
Controle en tijdig ingrijpen
Loop af en toe bewust langs je planten en kijk naar bladeren, stelen en potgrond. Gele of bruine bladeren kun je voorzichtig wegsnoeien, zodat de plant zijn energie in gezonde delen steekt. Zie je kleine beestjes, plakkerige bladeren of spinsel, handel dan snel met lauw afspoelen onder de douche of een passend biologisch bestrijdingsmiddel. Door regelmatig te controleren en kleine problemen direct aan te pakken, voorkom je dat je kamerplanten onnodig doodgaan.