Peter Pellenaars

De Oogst 2001 – 2010 (2) & (3)

De weekendtas staat ingepakt in een hoek van de kamer te wachten. Morgen in de loop van de ochtend zal hij in de achterbak van de auto verdwijnen. Tijdelijk. Om er in Mechelen weer uitgehaald te worden. Lekker een paar daagjes in een rustig hotel. Met mijn Inge. Beetje uitslapen, beetje wandelen, beetje veel drinken en eten. En natuurlijk lezen. Een klein stapeltje tijdschriften en kranten is ook al ingepakt. Waaronder de NRC van afgelopen vrijdag. Die alweer de vierde titel prijs zal geven van de zogenaamde Oogst van het afgelopen decennium: een door de boekenredactie samengestelde lijst van vijftien boeken die als eigentijdse klassiekers mogen doorgaan. Een initiatief dat mij tot mijn niet geringe schaamte tot dusverre heeft geconfronteerd met het gegeven dat ik de eerste drie titels niet gelezen heb. Ik, die dacht een klein beetje belezen te zijn. Ik, die nu wel beter weet (of eigenlijk: nu wel minder weet). Lees verder...

Iedere tijd haar eigen misdadiger

‘Liefde is de dwaze overwaardering van het minimale verschil tussen het ene seksobject en het andere.’

Deze spreuk las ik in de biografie over prins Bernhard, geschreven door Annejet van der Zijl. Zij citeert hier uit het boek Vóór de zondvloed. Berlijn in de jaren twintig van Otto Friedrich: Lees verder...

Bernhard – Een verborgen geschiedenis

Gisteravond begonnen in Bernhard – Een verborgen geschiedenis, geschreven door Annejet van der Zijl. In de proloog geeft Annejet aan dat ze als kind archeoloog wilde worden: “Zo’n ouderwetse, zoals je die in films ziet: iemand die, terwijl iedereen hem voor gek verklaart, blijft zoeken naar dat mythische koningsgraf onder het woestijnzand.” Omdat Puck (de plantenpoes) ondertussen een kat-en-muis-spel met het leeslint was begonnen, heb ik het boek terzijde gelegd en ben gaan nadenken wat ik ook alweer vroeger wilde worden. Lees verder...