Mijn buurman

Nadat we zo’n zeven uur grotendeels zwijgzaam naast elkaar hadden gezeten raakten we kort voor de landing alsnog aan de praat. Mijn tijdelijke buurman in het vliegtuig wees me aan waar hij daar beneden ergens woonde. Vorige week was hij vertrokken voor een congres in Amsterdam. Met de bedoeling om gedurende het weekend wat bezienswaardigheden te bezoeken. Maar zijn plan was in duigen gevallen. Veel vluchten waren geannuleerd vanwege het slechte weer. Sneeuwstormen en extreem lage temperaturen teisterden het midden van de VS. Gelukkig zag het er nu een stuk beter uit. Weliswaar lagen de meren er nog bevroren bij, de sneeuw leek in ieder geval verdwenen.

Ik was op weg naar Boulder en zoals gewoonlijk ging de route via Minneapolis. Na een tussenstop van twee uurtjes zou ik verder vliegen naar Denver alwaar een collega die via een andere maatschappij was gereisd mij zou opwachten om het laatste gedeelte van de route samen in een auto af te leggen. Maar het was nog niet zover. Eerst die tussenlanding. De man naast mij vertelde verder over zijn verblijf in Nederland. Eigenlijk had hij naar Tilburg willen gaan. Daar was hij eerder geweest toen zijn zoon er aan de universiteit was gepromoveerd. Vanwege het oponthoud bij zijn vertrek was het er niet van gekomen. Zijn uitstapjes waren beperkt gebleven tot de binnenstad van Amsterdam.

En weet je wie hij daar was tegengekomen? Hij keek me verwachtingsvol aan. Maar ik had geen idee. Zijn zoon misschien? Nee, die woonde alweer jaren in Canada. Ik gaf het op. Inmiddels waren we geland. Op volle snelheid reed het vliegtuig richting de terminal. Daar gingen de lampjes van de veiligheidsriem uit en stond iedereen meteen op om zijn of haar spullen uit het bagagerek te halen. Mijn buurman wees naar een man in witte blouse enkele rijen voor ons. Mijn buurman van twee huizen verderop, zo gaf hij aan. Die kwam ik tegen in Amsterdam. Wat een toeval, of niet dan?

We namen alvast afscheid van elkaar terwijl we onze spullen bij elkaar zochten. Een jongeman die voor mij stond vroeg of ik voor Emerson werkte. Hij had een gedeelte van ons gesprek meegekregen dat over werk ging. Ik gaf aan dat het klopte. Nog meer toeval dan, zo vervolgde hij. Want hij bleek een collega van mij te zijn. Werkend voor een divisie waar ik verder niets mee van doen had, maar toch. De afgelopen week was hij in Rijswijk geweest. Bij ons Nederlandse verkoopkantoor.

Hoofdschuddend over zoveel toeval verlieten we het vliegtuig, ieder op weg naar een andere bestemming. Om elkaar ooit weer ergens tegen te komen. Zoveel was duidelijk.

~ ~ ~

Toen op 20 april

Ge-niet-en – 20 april 2014

~ ~ ~