Peter Pellenaars

Stientje

Ik moest aan Stientje denken, de buurvrouw van mijn grootouders. Vroeger, in de volksbuurt waar zij toen woonden. Maar het had ook onze buurvrouw kunnen zijn, vroeger. In dezelfde volksbuurt een stuk verderop. Zo’n goed geheugen heb ik nu ook weer niet. Wat maakt het uit?

Bij de familie die naast mijn grootouders woonde was het altijd één groot feest. In de zin van veel herrie zonder dat in eerste instantie duidelijk was of er volop gevochten of toch uitbundig gefeest werd. De schelle stem van Stientje was de enige die herkenbaar was boven al het rumoer uit. Om haar draaide alles.

Rare naam eigenlijk, Stientje.

Het kwam omdat ze altijd binnen zaten. Daar bij die buren van mijn grootouders. Dat je niet altijd kon opmaken wat er precies aan de hand was. Totdat de politie voor kwam rijden. Dan liepen wij, neefjes en nichtjes in colonne naar de voortuin om te gaan kijken wie er allemaal meegenomen zou worden. Dat moesten we vervolgens komen vertellen aan de grote mensen die rustig aan tafel bleven doorkletsen. De dappersten van ons zochten een kratje of trapje op om zo over de schutting in de achtertuin te kunnen kijken. Niet dat je dan veel wijzer werd want de gordijnen zaten altijd potdicht.

Stientje. Zou het van Kristien komen? Of Christina?

Hoe ik mijn best ook doe, ik kan Stientje niet voor de geest halen. Ze zaten namelijk niet altijd binnen. Er moesten ook wel eens dingen buiten gedaan worden. Zoals bijvoorbeeld ruzie maken met andere mensen in de straat. Nooit met mijn grootouders, gek genoeg. Bij mooi weer kwamen ze met het hele gezin de speeltuin terroriseren. Stientje voorop. Maar hoe ze eruit zag? Ik heb geen flauw idee. Ze zal waarschijnlijk een schort aan hebben gehad. Over zo’n soepjurk. De standaardkledij voor alle vrouwen in de buurt. Het kan best dat ze allemaal Stientje heten. Toen.

Stientje naast ons was de vrouw van een duivenmelker. Al het prijzengeld dat hij won bleef achter in de kroeg waar de prijzen werden uitgereikt. Een gesloten systeem. Als de duivenmelker ‘s avonds ladderzat thuis kwam stond Stientje klaar om hem op luide toon de les te lezen en de toegang tot het huis te ontzeggen. De volgende dag ontwaakte hij dan met een flinke kater tussen zijn geliefde duiven. Met hernieuwde bravoure vocht hij zich dan naar binnen om in zijn eigen bed de roes uit te slapen.

Er schieten me ondertussen steeds meer namen te binnen van vroeger. Geertje. Klaartje. Miesje. Maar degene die me het meest is bijgebleven is Stientje.

~ ~ ~

De aanleiding dat ik aan Stientje moest denken is gelegen in het boek De helleveeg van A.F.Th. van der Heijden. Hoofdpersoon is tante Tiny (ook wel Tientje of Tientje Poets genoemd), de zus van de moeder van Albert Egberts. Laatstgenoemde is het centrale karakter in de romancyclus De tandeloze tijd waarvan De helleveeg het vijfde deel vormt.

We maken kennis met Albert Egberts’ tante Tiny. Ze lijdt aan smetvrees en heeft een dwangmatig scherpe tong. Voor Albert is tante Tiny even afschrikwekkend als intrigerend. Met majestueuze beheersing van de stof en met humor voert Van der Heijden ons zijn vertrouwde en hernieuwde universum binnen, en levert daarmee het bewijs van de vitaliteit en kracht van zijn schrijverschap.

De helleveeg
A.F.Th. van der Heijden
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN: 9789023483915

~ ~ ~

Toen op 22 januari

Het jaar 2017 – week 3 – 22 januari 2017

Loop ik gevaar? – 22 januari 2016

Relativiteitstelevisie – 22 januari 2015

Te laat – 22 januari 2013

Making the Difference – 11 – 22 januari 2012

~ ~ ~

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.