Menu

Peter Pellenaars

vrijetijdsblogger

Testament

Als ik over de dood denk dan zel­den over die van mij­zelf.

En als ik al over mijn eigen dood denk, dan meest­al in de vorm van mijn eigen begra­fe­nis of cre­ma­tie. (en? weet je al wat het gaat wor­den?)

Wie daar zou­den zijn. Wat er gezegd zou wor­den.

Meest­al is het zo saai en dun­be­volkt dat ik al weer snel afhaak en iets leuks ga doen. De fan­ta­sie gaat dan rich­ting al het span­nen­de wat ik kan doen wan­neer ik dood ben en toch nog tus­sen de leven­den ver­keer. Als een geest rond­dwa­len. De men­sen een beet­je laten schrik­ken. Nog eens gaan chec­ken of de spaar­za­me steun­be­tui­gin­gen uit­ge­spro­ken tij­dens mijn dienst wel echt gemeend waren. Dat is fun om te doen tot­dat ik mijn ouders zie. Ik ver­wacht dat ze over­mand door ver­driet zul­len zijn. Ik weet het eigen­lijk wel zeker. Lees ver­der...