50books – Vraag 40

by Peter Pellenaars

Ieder­een kent er wel een paar. Zo'n flauw grap­je tij­dens je jeugd dat elke keer weer voor­bij kwam. Niet omdat ze zo leuk waren maar omdat ze vaak onlos­ma­ke­lijk ver­bon­den waren met een bepaal­de per­soon of terug­ke­ren­de situ­a­tie. Zo her­in­ner ik mij­zelf nog altijd de opmer­king die mijn vader altijd maak­te wan­neer we gin­gen vis­sen. In de auto op weg naar de vis­plek van de dag, vroeg ik hem dan stee­vast waar de mees­te vis zat hoe­wel ik het ant­woord allang wist. 'Tus­sen de kop en de staart, jon­gen', zei hij olijk en gaf me ver­vol­gens vaak ook nog een por in mijn zij of een klap op mijn schou­ders. Ik kon er niets aan doen maar moest er elke keer weer om lachen. Ook nu ter­wijl ik dit schrijf heb ik een grijns op mijn gezicht. Lees ver­der...