Kantoorburgerlijke ongehoorzaamheid

Van­och­tend vroeg zag ik op kan­toor een col­le­ga van de faci­li­tai­re dienst bezig om pen­nen­bak­jes onder de bureau's op onze afde­ling te mon­te­ren. Ik vroeg hoe het met hem ging. Naar omstan­dig­he­den goed, kreeg ik als ant­woord. Hij was sinds kort weer aan het werk. Op the­ra­peu­tische basis.

Dat kon ik begrij­pen.

In decem­ber vorig jaar was hij van een lad­der geval­len en had daar­bij van het ene been de enkel gebro­ken en van het ande­re de knie. Of daar­om­trent. De details weet ik niet pre­cies maar wat ik ervan ont­hou­den heb had hij gepro­beerd om staan­de op de lad­der iets ver­der te rei­ken dan han­dig was waar­door de lad­der onder hem was weg­ge­gle­den. Gevolg: met kerst­mis thuis in het gips.

Ik had dit jaar eens geen zin om rond oud en nieuw te wer­ken, grap­te hij. Hoe­wel ik een vol­gen­de keer toch lie­ver bei­de armen breek.

Onder­tus­sen had hij het laat­ste bak­je beves­tigd. Tijd voor de vol­gen­de afde­ling. Maar eer­st een kop­je kof­fie. Ik werk ten­slot­te op the­ra­peu­tische basis.

Niet veel later kwa­men de collega's van mijn afde­ling bin­nen­ge­drup­peld. Ver­baasd vroe­gen ze zich af wat dat idi­o­te ding onder hun bureau deed, om het daar­na met veel gemop­per te ver­wij­de­ren.

Over the­ra­peu­tische bezig­heid gespro­ken.

~ ~ ~

0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

trefwoorden

"Een lezer heeft het goed, hij kan zijn schrij­vers zelf uit­zoe­ken."
– Kurt Tuchols­ky

archief