50books – Vraag 40

Iedereen kent er wel een paar. Zo’n flauw grapje tijdens je jeugd dat elke keer weer voorbij kwam. Niet omdat ze zo leuk waren maar omdat ze vaak onlosmakelijk verbonden waren met een bepaalde persoon of terugkerende situatie. Zo herinner ik mijzelf nog altijd de opmerking die mijn vader altijd maakte wanneer we gingen vissen. In de auto op weg naar de visplek van de dag, vroeg ik hem dan steevast waar de meeste vis zat hoewel ik het antwoord allang wist. ‘Tussen de kop en de staart, jongen’, zei hij olijk en gaf me vervolgens vaak ook nog een por in mijn zij of een klap op mijn schouders. Ik kon er niets aan doen maar moest er elke keer weer om lachen. Ook nu terwijl ik dit schrijf heb ik een grijns op mijn gezicht.

Natuurlijk doe je wel onrecht aan de kop en de staart. Tenslotte is dat ook vis. En minstens zo belangrijk als de rest. Het zou hetzelfde zijn als wanneer je zou zeggen dat het meeste verhaal tussen de begin- en de eindzin zou zitten. Dat klopt op zich helemaal. Maar we weten allemaal dat een eindzin het voorgaande compleet op zijn kop kan zetten. Er zit soms net zoveel verhaal in die laatste zin als in alle voorgaande zinnen. Met terugwerkende kracht wordt het verhaal in een ander daglicht gezet en zet zich in je hoofd een trein van gedachten in werking om de nieuwe verhaallijn te volgen die door die laatste zin in werking is gezet.

En wat te denken van die eerste zin? Eentje waar de schrijver vaak tijden tegenaan zit te hikken. Het is tenslotte wel het eerste waar je als lezer mee te maken krijgt. Daar kun je niet al te luchtig over doen. Ik bedoel, het maakt nogal een verschil wanneer voor een hier niet nader te noemen boek, de beginzin als volgt was geweest ‘Met een schok schoot hij wakker en zag op z’n wekker dat hij zich verslapen had’, in plaats van ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’. Het zou veel lezers toch een heel ander beeld hebben gegeven van de hoofdpersoon. Zo’n eerste zin kan voor een schrijver soms echt een obsessie gaan vormen dat ze er compleet door geblokkeerd raken. Om maar aan te geven hoe belangrijk het voor hen is.

Ik herinner me een uitspraak van een schrijver die aangaf altijd met de tweede zin van zijn verhaal te beginnen om dan pas later, wanneer hij meer overzicht had over het geheel, de eerste zin erbij te schrijven. Iets van deze worsteling zag ik ook terug bij Jannah Loontjes in haar boek ‘Mijn leven is mooier dan literatuur’:

Als een schrijver al maanden aan een begin werkt, is dit dan nog een begin te noemen? Zit hij vast omdat hij geen geschikt begin kan vinden of kan hij geen geschikt begin vinden omdat hij sowieso in zijn leven en denken vastzit? We kunnen eigenlijk pas iets zinnigs over het begin van het schrijven zeggen als we al verder zijn. Zelfs als er maar één zin van een tekst is, kun je die zin alleen als ‘eerste zin’ herkennen als er op zijn minst een belofte van een vervolg is.
[p.14, Mijn leven is mooier dan literatuur, Jannah Loontjens]

Kortom, de schrijver doet dus in de meeste gevallen erg zijn best om een goede eerste zin neer te zetten. Maar lukt dat ook altijd? En herkennen jullie dit zelf ook als lezer dat een beginzin bepalend kan zijn voor het eventuele verder lezen? Hebben jullie voorbeelden van beginzinnen die zo pakkend zijn dat ze je altijd zijn bijgebleven? Met andere woorden hoe belangrijk vinden jullie die eerste beginzin van een verhaal? Of ervaar je die eerste zin gelijk alle andere en ben je uiteindelijk geïnteresseerd in het gehele verhaal? Zit voor jou dus het meeste verhaal wel degelijk tussen de begin- en de eindzin?

Ik ben zoals elke week weer erg benieuwd naar jullie reacties. Veel schrijfplezier, en laat je niet tegenhouden door die eerste zin.

Vraag 40:
Hoe belangrijk is de eerste zin van een boek en welke goede voorbeelden ken je?

~ ~ ~

Klik hier voor vraag 39.

~ ~ ~

Het #50books initiatief is bij mij ontstaan naar aanleiding van de 30songschallenges maar gaat anders ingevuld worden. Elke week op zondag zal ik een nieuwe boekvraag posten die door iedereen vrij mag worden ingevuld. Alles is toegestaan. Een foto, een recensie, een persoonlijke herinnering, enzovoorts. De beantwoording van de vraag hoeft helemaal niet op dezelfde dag of binnen een week. Wanneer je het blog klaar hebt, post het dan en plaats een link onder de betreffende vraag, zodat iedereen het kan volgen en bij je komt kijken.

Heb je zelf geen blogsite, dan kun je je blog naar mij sturen, en dan plaats ik het als gastblog.

Dit jaar zal ik in totaal 50 vragen posten, vandaar #50books.

Zelf doe ik natuurlijk ook mee, en zal mijn eigen bijdrage als aparte blogs posten en ook hieronder linken.
Voel je vrij om ideeën voor vragen naar me toe te sturen zodat ik er voldoende op voorraad heb om dit jaar door te komen. En wie weet is er zoveel enthousiasme dat we volgend jaar gewoon door kunnen gaan.

Wanneer iemand een mooi logo kan ontwerpen dan zou dat ook heel erg gewaardeerd worden. 

Je kunt me bereiken via email peterpellenaars@me.com of op twitter @petepel.

Veel lees en schrijfplezier.

~ ~ ~

Toen op 13 oktober

Oversteek – 13 oktober 2012

Het lijkt veelal onmogelijk om te ontsnappen, maar heel soms lukt het. De vraag is alleen hoe lang het duurt voordat ze het in de gaten krijgen.

20 reacties on "50books – Vraag 40"


  1. De beginzin zet de toon, echter het verhaal dat volgt is hetgeen mij altijd het meest bijblijft (of juist niet). Zelfs als de beginzin van een verhaal ruk is (om het maar even plat te zeggen) wil dat niet zeggen dat de rest van het verhaal ook ruk is. Door de beginzin en de rest van het begin lezen is soms heel waardevol, ik maak er altijd een prestatie van om me niet te laten leiden door een eerste indruk en proberen de kern te zoeken.


    1. In veel gevallen zul je later pas merken (nadat je het gehele boek hebt gelezen) hoeveel kern er in die eerste zin blijkt te zitten. Dat is zo bijzonder aan die beginzinnen. Ze geven hun ‘geheime lagen’ pas geleidelijk prijs naarmate jij vorderingen in het verhaal maakt.



  2. oh, en hoe kan ik het vergeten, de openingszin uit Ceasars De bello Gallico: Gallia est omnis divisa in partes tres, quarum unam incolunt Belgae, aliam Aquitani, tertiam qui ipsorum lingua Celtae, nostra Galli appellantur.Of, Gallië is verdeeld in drie delen, een stukkie voor de Belgen, een stuk voor de Aquitanen en tenslotte dat iets voor dat zooitje ongeregeld dat Keltisch spreekt. Zo’n vertaling levert gegarandeerd genoeg strafwerk op om die tekst nooit meer te vergeten!


Reageren niet meer mogelijk