Eric scoort een bloody hattrick

Met van bloed druipende vingers trok Eric voorzichtig de kindertekening van de muur.
Het was een geel stuk papier waarop met grote vegen in verschillende kleuren een bont patroon was geschilderd waaruit niets viel op te maken. Als je heel goed keek dan kon je onder de dikke laag verf een clownsgezicht herkennen. Helemaal onderaan stond in nette letters geschreven: Voor Papa
Eric kreeg een brok in z’n keel. Dat had zijn kind toch maar mooi gemaakt.
Het verbaasde Eric dat een kind van amper twee jaar al zoiets prachtigs kon maken. Elke week zo’n tekening te krijgen! Geweldig!

De tekening voorzichtig oprollend liep Eric de keuken uit, daarbij omzichtig het gehavende naakte lichaam ontwijkend wat op de tegelvloer lag. Nog steeds had Eric last van een soort brok in z’n keel en rochelde enkele malen luidruchtig tot er iets losschoot. Bijna kokhalzend spuwde hij in z’n hand en door z’n tranen heen bestudeerde hij het voorwerp van dichterbij. Het leek wel een stuk rauw vlees. Vol walging gooide hij het van zich af.

Zorgvuldig sloot Eric de buitendeur van zijn huis en liep naar z’n auto. Nog steeds hield hij de tekening in z’n hand.

Eenmaal op de snelweg kwamen de beelden van de afgelopen uren terug. Eric probeerde zich te concentreren op deze beelden. Natuurlijk om er van te kunnen leren voor een volgende keer. Maar ook omdat hij wederom het idee had sommige momenten in een roes te hebben gehandeld zonder precies te beseffen wat hij had gedaan. Misschien kwamen ook die beelden nu terug.

En terwijl Eric over de snelweg zoefde ervaarde hij opnieuw hoe hij bij het bed had gestaan van zijn vrouw. Na een poosje was hij geknield om haar in het slapende gezicht te kunnen kijken. Hij zag hoe ze rustig ademhaalde. Langzaam trok hij een stukje dekbed van haar schouder weg. Enkele ogenblikken staarde hij naar haar naakte arm en keek haar toen weer in het gezicht.

En zag twee wijdopen ogen die naar hem terugstaarden.

In een reflex sprong hij omhoog en stak met een vloeiende beweging het mes diep in de geopende mond van zijn vrouw. Nog steeds staarden haar ogen hem aan. Uit haar keel kwam een rochelend geluid. Haar handen klauwden vervaarlijk naar hem maar kregen niet echt houvast op z’n gladde bodywarmer. Het duurde niet lang totdat ze stil werd en haar armen slap langs haar lichaam vielen.

Eric trok het mes terug en zag hoe z’n hand heftig beefde. Het leek of z’n hart bonkend een weg naar buiten zocht.

Na een tijdje kwam hij tot rust. Hij sloeg het dekbed nu helemaal terug en bekeek haar van top tot teen. De overtollige nachtkleding verwijderde hij door het met z’n mes stuk te snijden. Sexuele lust streed om voorrang met opkomende bloeddorst. Uiteindelijk won de bloeddorst het. Langzaam begon hij in het nog warme lichaam van zijn vrouw te snijden. Al snel verloor hij de controle over zichzelf.

Eric minderde vaart en nam de afrit van de snelweg. Hij was nu bijna thuis. Op de weg was een grote 8 en 0 geschilderd. Onwillekeurig begon hij zachtjes te lachen. Wat een toeval. Acht slachtoffers had hij nu in totaal gemaakt, bedacht hij zich. En nul kans om gepakt te worden.

Slachtoffer zeven bevond zich in de keuken waar hij hem had achtergelaten voordat hij zijn vrouw boven ging opzoeken. Eric had hem stevig vastgebonden op één van de keukenstoelen.
Hij kon zich niet meer herinneren waarom hij enkele messen uit het messenblok in de bovenbenen van de man had gestoken. Maar omdat ze daar nu toch zaten kon hij ze goed gebruiken om van daaruit verder te werken aan de ontlading van de woede die hij nog steeds in zich voelde. Omdat zijn vrouw gebroken had met de regels. Omdat zijn vrouw wakker was geworden. Omdat zijn vrouw hem recht had aangekeken. Daarom. Daarom moest hij nu boeten. Verschrikkelijk boeten.

Eric parkeerde z’n auto op de oprit.
De beelden van slachtoffer acht onderdrukte hij door de tekening op te pakken en uit te rollen.
Hij zag dat zich wat bloedvegen hadden vermengd met de verf. Niet dat het daardoor lelijk was geworden.

Deze tekening zou een speciale plaats krijgen op z’n werkkamer.

~ ~ ~
~ ~ ~